Kan een haalbaarheidsonderzoek een loonsanctie voorkomen?
Een loonsanctie van het UWV kan een werkgever tot 52 extra weken loondoorbetaling kosten. Dat is geen theoretisch risico: het aantal opgelegde loonsancties is de afgelopen jaren met ruim 50% gestegen. Toch weten veel werkgevers niet precies waar het misgaat, of hoe ze het kunnen voorkomen. De oorzaak ligt vaak niet in slechte wil, maar in een dossier dat op het verkeerde moment de verkeerde onderbouwing mist.
Precies daar kan een haalbaarheidsonderzoek het verschil maken. Dit onderzoek, uitgevoerd door een arbeidsdeskundige, brengt in kaart of re-integratie via het tweede spoor reëel is voor jouw zieke medewerker, of dat er gegronde redenen zijn om die route niet (of nog niet) in te zetten. Het geeft je als werkgever een onderbouwde positie richting het UWV, op het moment dat die positie er het meest toe doet.
In dit artikel leggen we uit wat een haalbaarheidsonderzoek inhoudt, wanneer je het inzet, welke veelgemaakte fouten je ermee voorkomt en hoe het concreet bijdraagt aan een dossier dat de RIV-toets doorstaat.
Wat een loonsanctie echt betekent voor jou als werkgever
Een loonsanctie is geen boete in juridische zin, maar de financiële impact is er niet minder om. Het UWV legt de maatregel op als het oordeelt dat je als werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen hebt verricht. Het gevolg: je bent verplicht het loon van je zieke medewerker langer dan de gebruikelijke 104 weken door te betalen, met een maximum van nog eens 52 weken. Tegelijk geldt dan een opzegverbod, waardoor je ook geen arbeidsrechtelijke stappen kunt zetten. Dat is een lange periode van financiële en organisatorische onzekerheid.
Wat veel werkgevers niet weten, is dat het UWV de re-integratie-inspanningen zelfstandig beoordeelt, los van het advies van de bedrijfsarts. Zelfs als je dat advies netjes hebt opgevolgd, kan het UWV tot een ander oordeel komen op basis van de eigen verzekeringsarts. De norm waaraan je wordt getoetst staat in artikel 25 van de WIA: voldoende re-integratie-inspanningen. Dat klinkt helder, maar in de praktijk blijkt het een lastig te grijpen begrip, waarbij het UWV niet altijd voorspelbaar toetst.
Wanneer speelt het haalbaarheidsonderzoek een rol?
Een haalbaarheidsonderzoek volgt doorgaans op een arbeidsdeskundig onderzoek, waarbij de mogelijkheden voor re-integratie binnen de eigen organisatie (het eerste spoor) zijn onderzocht. Blijkt dat er weinig tot geen reële re-integratiemogelijkheden zijn binnen de eigen organisatie, dan rijst de vraag: is het tweede spoor de logische vervolgstap? En zo ja, heeft dat traject een reële kans van slagen voor deze specifieke medewerker?
Een haalbaarheidsonderzoek geeft een objectief en onderbouwd antwoord op die vraag. De arbeidsdeskundige kijkt naar de belastbaarheid en beperkingen van de medewerker, de afstand tot de arbeidsmarkt en de realistische kansen op bemiddeling naar ander werk. Dat levert een eindrapportage op met een concreet advies, dat je kunt gebruiken richting het UWV, bij een deskundigenoordeel of bij een vervroegde WIA-aanvraag.
De wet verplicht werkgevers expliciet om bij uitval naar ander werk buiten de organisatie te zoeken als terugkeer intern niet meer haalbaar is. Maar die verplichting kent een nuance: als de kansen op de arbeidsmarkt te beperkt zijn, hoef je geen kostbaar en belastend tweede spoor traject te starten zonder reëel perspectief. Het haalbaarheidsonderzoek levert precies die onderbouwing.
Een veelgemaakte fout: te lang wachten of klakkeloos starten
In de praktijk gaat het in spoor 2 vaak mis wanneer werkgevers het eerste spoor te lang vasthouden zonder realistische onderbouwing. Tegelijkertijd kan een te vroeg of ongemotiveerd gestart tweede spoor weerstand oproepen bij de medewerker en het herstelproces belemmeren. Beide uitersten leiden tot een zwakker dossier. Een haalbaarheidsonderzoek helpt om op het juiste moment de juiste keuze te maken, met feiten in plaats van aannames.
Een andere misvatting is dat een goed bedoeld re-integratietraject automatisch volstaat. Het UWV kijkt niet alleen of je iets hebt gedaan, maar of je de juiste stappen hebt gezet op het juiste moment én of je die keuzes aantoonbaar hebt onderbouwd. Een dossier zonder arbeidsdeskundige rapportage mist daarin een schakel die het UWV in veel gevallen juist verwacht.
Wat het onderzoek concreet oplevert
Een haalbaarheidsonderzoek bestaat uit meerdere samenhangende onderdelen. De arbeidsdeskundige inventariseert de mogelijkheden, beperkingen en wensen van de medewerker, voert gesprekken met betrokkenen en doet een arbeidsmarktoriëntatie. Daarnaast wordt het re-integratiedossier beoordeeld op volledigheid en onderbouwing. De eindrapportage geeft een duidelijk advies over de vervolgstappen.
Dat advies kan in verschillende richtingen wijzen. Soms is de conclusie dat een tweede spoor traject zinvol is en hoe dat het beste kan worden ingericht. In andere gevallen is de conclusie dat de arbeidsmarktmogelijkheden te beperkt zijn om een traject met realistische kansen te starten. Ook dat is een waardevol resultaat: het voorkomt onnodige kosten voor de werkgever én onnodige belasting voor de medewerker, en het geeft het UWV een goed onderbouwde reden om de keuze te accepteren.
Zo zet je het haalbaarheidsonderzoek goed in
- Schakel een arbeidsdeskundige in zodra duidelijk wordt dat terugkeer in de eigen functie of organisatie niet op korte termijn haalbaar is, en doe dit ruim voor week 88 van het verzuim.
- Zorg dat het onderzoeksrapport aansluit op de conclusies van de bedrijfsarts: de arbeidsdeskundige vertaalt medische belastbaarheid naar concrete arbeidsmarktmogelijkheden.
- Gebruik de eindrapportage actief in je re-integratiedossier, ook als de conclusie is dat een tweede spoor niet zinvol is. Juist die onderbouwde keuze versterkt je positie bij de RIV-toets.
- Vraag bij twijfel over jouw dossier een deskundigenoordeel aan bij het UWV, zodat je tijdig weet waar je staat.
- Bewaar alle communicatie, evaluaties en tussentijdse adviezen zorgvuldig: het UWV kijkt naar het hele traject, niet alleen naar de eindsituatie.
Timing is daarbij geen bijzaak. Een haalbaarheidsonderzoek dat te laat wordt ingezet, biedt minder ruimte om het traject nog bij te sturen. Wie vroeg in het proces helderheid zoekt, heeft meer grip op wat er vervolgens nodig is.
De rol van de arbeidsdeskundige in het geheel
De arbeidsdeskundige staat in dit proces op het snijvlak van medische belastbaarheid en arbeidsmarktperspectief. Waar de bedrijfsarts beoordeelt wat iemand medisch gezien nog aankan, vertaalt de arbeidsdeskundige dat naar passende functies en realistische re-integratiemogelijkheden. Samen vormen die twee oordelen de ruggengraat van een sterk re-integratiedossier. Een arbeidsdeskundig onderzoek dat goed aansluit op het medisch oordeel, maakt concreet welke stappen logisch zijn en wanneer opschaling naar spoor 2 verdedigbaar is richting het UWV.
Voor jou als werkgever of casemanager betekent dat: je hoeft niet te gokken. Met een haalbaarheidsonderzoek in handen weet je wat de arbeidsdeskundige ziet, wat je van het UWV kunt verwachten en welke stap als volgende gezet moet worden. Dat geeft rust, richting en een stevige basis voor de beslissingen die komen.
Een loonsanctie is vrijwel altijd te herleiden tot een dossier dat op het verkeerde moment de verkeerde onderbouwing mist. Een haalbaarheidsonderzoek geeft je als werkgever precies die onderbouwing, op het moment dat het UWV ernaar vraagt. Zo houd je grip op het re-integratietraject en beperk je het financiële risico voor jouw organisatie.
Key takeaways
- Een loonsanctie verlengt de loondoorbetalingsplicht met maximaal 52 weken en geldt als het UWV oordeelt dat re-integratie-inspanningen onvoldoende waren.
- Een haalbaarheidsonderzoek brengt objectief in kaart of een tweede spoor traject reëel perspectief biedt voor jouw zieke medewerker.
- De onderbouwde rapportage versterkt jouw dossier richting het UWV en voorkomt dat je een kostbaar traject start zonder reële kans op succes.
- Zet het onderzoek in ruim voor week 88 van het verzuim, zodat er nog ruimte is om het traject bij te sturen als dat nodig is.
- Ook de conclusie dat een tweede spoor niet zinvol is, is waardevol: het geeft het UWV een gegronde reden om jouw keuze te accepteren.
- De arbeidsdeskundige vertaalt medische belastbaarheid naar concrete arbeidsmarktmogelijkheden en vormt zo de schakel die in veel dossiers ontbreekt.
- Bewaar alle documentatie consequent: het UWV toetst het hele re-integratietraject, niet alleen de einduitkomst.
Twijfel je of jouw dossier sterk genoeg is, of wil je weten of een haalbaarheidsonderzoek in jouw situatie zinvol is? Neem contact op met People Concern. We denken graag met je mee, concreet en zonder omwegen.