1793248158 97f870fe

Verschil tussen WIA WGA en IVA: een praktische uitleg voor werkgevers

In 2024 ontving ruim 813.000 mensen in Nederland een arbeidsongeschiktheidsuitkering, zo laten cijfers van het CBS zien. Daarbinnen ontvingen ongeveer 263.000 mensen een WGA-uitkering en bijna 177.000 mensen een IVA-uitkering. Grote aantallen, maar in de praktijk zien we bij werkgevers, HR-professionals en casemanagers voortdurend dezelfde verwarring: wat is nu precies het verschil tussen WIA, WGA en IVA? De begrippen worden door elkaar gebruikt, terwijl het onderscheid directe gevolgen heeft voor jouw financiële positie en je re-integratieverplichtingen.

Die begripsverwarring is begrijpelijk. De WIA is de overkoepelende wet, de WGA en IVA zijn de twee uitkeringsvormen die daaruit voortkomen, en elk heeft andere spelregels. Als werkgever ben je verantwoordelijk voor de re-integratie van langdurig zieke medewerkers, maar hoe ver die verantwoordelijkheid reikt, hangt sterk af van welke uitkering jouw medewerker krijgt. Dat wil je weten voordat je er middenin zit.

In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe de WIA in elkaar steekt, wat het verschil is tussen WGA en IVA, hoe de beoordeling door UWV verloopt en wat dit alles concreet voor jou als werkgever betekent.

De WIA: het overkoepelende kader

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, kortweg WIA, is het wettelijke kader voor werknemers die na twee jaar ziekte niet of verminderd kunnen werken. De wet kent twee regelingen: de WGA voor mensen die nog gedeeltelijk kunnen werken, en de IVA voor mensen die volledig en blijvend arbeidsongeschikt zijn. Welke regeling van toepassing is, bepaalt UWV na een beoordeling. Het Rijksoverheid legt het zo samen: de arts en de arbeidsdeskundige van UWV bepalen de mate van arbeidsongeschiktheid via een sociaal-medische beoordeling.

Wat de WIA onderscheidt van de oude WAO, die in 2006 werd vervangen, is de activerende insteek. Waar de WAO vooral gericht was op uitkeringsverstrekking, legt de WIA nadruk op werkhervatting en re-integratie. Voor werkgevers betekent dit meer verantwoordelijkheden, maar ook meer mogelijkheden om actief invloed uit te oefenen op het herstelproces van hun medewerkers.

Hoe verloopt de WIA-beoordeling?

Voordat UWV bepaalt of iemand WGA of IVA krijgt, wordt eerst beoordeeld of werkgever en werknemer tijdens de twee jaar ziekte voldoende re-integratie-inspanningen hebben geleverd. Pas als dat het geval is, volgt de inhoudelijke beoordeling. Die bestaat uit twee stappen: eerst brengt een verzekeringsarts de lichamelijke en psychische beperkingen in kaart via de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Daarna bepaalt een arbeidsdeskundige welke functies de werknemer nog kan uitvoeren en welk inkomen daarbij hoort.

Het verschil tussen het oude loon en dat resterende verdienvermogen levert het arbeidsongeschiktheidspercentage op. Onder 35 procent is er geen recht op een WIA-uitkering. Tussen 35 en 80 procent volgt een WGA-uitkering. Vanaf 80 procent kijkt UWV ook naar de vraag of de situatie duurzaam is, en op basis daarvan valt de keuze op WGA of IVA. Belangrijk om te weten: UWV kijkt niet naar de diagnose, maar naar wat iemand nog kan verdienen.

Sinds 1 juli 2024 hanteert UWV ook de maatregel praktisch beoordelen. Voor medewerkers die op het moment van de WIA-aanvraag al (gedeeltelijk) aan het werk zijn, kan UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage vaststellen op basis van de feitelijke verdiensten in het eigen werk, in plaats van een theoretische schatting. Dat maakt de beoordeling in veel gevallen concreter en sneller.

WGA: gedeeltelijk of tijdelijk volledig arbeidsongeschikt

De WGA, voluit Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten, is bedoeld voor werknemers die tussen de 35 en 80 procent arbeidsongeschikt zijn. De regeling geldt ook voor mensen die 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt zijn, maar bij wie UWV nog een redelijke kans op herstel ziet. Het perspectief op werkhervatting, al dan niet in aangepast werk, staat centraal.

De WGA-uitkering kent meerdere fasen. In de eerste periode bedraagt de uitkering 75 procent van het maandloon, daarna 70 procent. Wanneer iemand minder verdient dan de uitkering waarop recht bestaat, volgt aanvulling; werkt iemand meer, dan daalt de aanvulling. Werken loont dus altijd.

Voor werkgevers heeft de WGA de meest directe financiële gevolgen. Een WGA-uitkering wordt tot tien jaar aan jou als werkgever toegerekend: kies je voor publieke verzekering bij UWV, dan werkt dit door in je gedifferentieerde premie; kies je voor eigenrisicodragerschap, dan betaal je de uitkering zelf. Daarnaast geldt bij de WGA een actieve re-integratieverplichting.

IVA: volledig en duurzaam arbeidsongeschikt

De IVA, de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten, is van toepassing als een werknemer 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt is en UWV de situatie als duurzaam beoordeelt. Duurzaam betekent dat er weinig of geen kans is dat de medische situatie nog wezenlijk verbetert. De IVA-uitkering bedraagt 75 procent van het laatstverdiende loon en loopt door tot de AOW-leeftijd.

Voor werkgevers is de IVA financieel gunstiger dan de WGA. Een IVA-uitkering wordt betaald uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds en heeft geen effect op jouw premie. Bovendien geldt bij de IVA geen re-integratieverplichting voor de werkgever. Dat klinkt als opluchting, en dat is het voor een deel ook, maar het vraagt tegelijk om zorgvuldigheid in het traject vooraf: een goed opgebouwd re-integratiedossier tijdens de twee ziektejaren is de basis voor elke WIA-beoordeling.

Het grootste misverstand: IVA betekent niet 'klaar'

Een veelgehoord misverstand is dat een IVA-toekenning het einde van het verhaal is. Dat is het niet altijd. UWV kan een IVA-uitkering herzien als de medische situatie onverwacht verbetert. Omgekeerd geldt dat iemand met een WGA-uitkering bij 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid later alsnog kan doorstromen naar de IVA, als bij een herbeoordeling blijkt dat herstel niet langer realistisch is.

Twee mensen kunnen dus allebei een beoordeling van 80 tot 100 procent krijgen: de één krijgt WGA omdat verbetering mogelijk wordt geacht, de ander krijgt IVA omdat UWV de situatie als duurzaam beoordeelt. Het percentage alleen is niet bepalend; de verwachting over de toekomst telt mee.

Wat betekent dit voor jou als werkgever?

De keuze tussen publieke verzekering en eigenrisicodragerschap voor de WGA heeft grote gevolgen voor je portemonnee en je betrokkenheid bij re-integratie. Als je publiek verzekerd bent via UWV, betaal je een gedifferentieerde WGA-premie en neemt UWV na de eerste twee ziektejaren de begeleiding van de medewerker in beginsel over. Als eigenrisicodrager betaal je geen Whk-premie, maar blijf je zelf tot maximaal tien jaar verantwoordelijk voor zowel de uitkering als de re-integratie van je (ex-)medewerker. Meer grip, maar ook meer risico.

Hieronder staan de meest waardevolle stappen die je als werkgever kunt zetten om goed voorbereid te zijn:

  • Zorg voor een volledig en goed gedocumenteerd re-integratiedossier tijdens de twee ziektejaren. UWV beoordeelt dit als eerste stap bij de WIA-aanvraag.
  • Vraag tijdig een arbeidsdeskundig advies aan. Een arbeidsdeskundige helpt je de belastbaarheid van je medewerker in kaart te brengen en passende functies te zoeken, zowel intern als extern.
  • Maak de afweging tussen publieke verzekering en eigenrisicodragerschap bewust, liefst met actuele premiecijfers en een inschatting van je verzuimrisico.
  • Houd bij een WGA-uitkering actief contact met je medewerker en de begeleider, ook als de medewerker niet meer bij jou in dienst is.
  • Raadpleeg bij twijfel over een WIA-beoordeling een arbeidsdeskundige die het dossier onafhankelijk kan beoordelen en zo nodig bezwaar kan onderbouwen.

Kennis van het onderscheid tussen WGA en IVA stelt je in staat om tijdig de juiste keuzes te maken, onnodige kosten te vermijden en je medewerkers goed te begeleiden in een zwaar traject.

Niet de diagnose telt bij de WIA-beoordeling, maar wat iemand nog kan verdienen. Dat maakt vroeg handelen het verschil.

Het verschil tussen WIA, WGA en IVA is geen juridisch detail; het bepaalt direct hoe lang jij als werkgever financieel en organisatorisch verantwoordelijk bent voor een langdurig zieke medewerker. Wie dat onderscheid helder heeft, kan eerder de goede stappen zetten en voorkomt verrassingen achteraf.

Key takeaways

  • De WIA is de overkoepelende wet; de WGA en IVA zijn de twee uitkeringsvormen die daaronder vallen.
  • WGA geldt bij 35 tot 80 procent arbeidsongeschiktheid, en ook bij 80 tot 100 procent als herstel nog mogelijk wordt geacht.
  • IVA geldt bij 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid en een duurzame situatie zonder reëel herstelperspecief.
  • Een WGA-uitkering wordt tot tien jaar aan jou als werkgever toegerekend en brengt re-integratieverplichtingen met zich mee; een IVA-uitkering heeft geen effect op jouw premie en kent geen re-integratieplicht.
  • UWV kijkt niet naar de diagnose, maar naar wat iemand nog kan verdienen. Dat maakt de rol van de arbeidsdeskundige in het beoordelingsproces waardevol.
  • Een goed opgebouwd re-integratiedossier tijdens de twee ziektejaren is de basis voor elke WIA-beoordeling, ongeacht de uitkomst.
  • Twijfel je over een beoordeling of wil je weten welke keuzes passend zijn voor jouw situatie? Schakel dan tijdig een arbeidsdeskundig adviseur in.

Bij People Concern helpen we werkgevers, casemanagers en HR-professionals om dit soort trajecten stap voor stap te doorlopen, met kennis van de wet en oog voor de mens erachter. Neem gerust contact op als je vragen hebt over een lopend dossier of wilt sparren over de aanpak.