Wat is een haalbaarheidsonderzoek en wanneer zet u het in?
Het aantal WIA-aanvragen is gestegen van 54.000 in 2015 naar ruim 88.000 in 2024, terwijl het ziekteverzuim eind 2025 op 5,6 procent uitkwam. Juist in deze context wordt de vraag steeds urgenter: wanneer zet u een tweede spoortraject in, en wanneer is het verstandiger om eerst een haalbaarheidsonderzoek te laten uitvoeren?
Een haalbaarheidsonderzoek biedt een objectief beeld van de kansen van een medewerker op passend werk buiten de eigen organisatie en volgt meestal op een arbeidsdeskundig onderzoek. Het helpt u om medische belastbaarheid, arbeidskundige inzichten, persoonlijke factoren en de afstand tot de arbeidsmarkt in samenhang te beoordelen. Zo voorkomt u dat tijd, energie en kosten terechtkomen in een traject dat voor zowel werknemer als werkgever weinig kans van slagen heeft.
Daarmee speelt het een belangrijke rol in een zorgvuldige re-integratie en binnen de kaders van de Wet verbetering poortwachter. Werkgevers moeten hun inspanningen goed onderbouwen, vooral rond de eerstejaarsevaluatie en de afweging richting spoor 2. Tegelijk vraagt deze fase om maatwerk en menselijkheid. In dit artikel leest u wat een haalbaarheidsonderzoek precies is, wanneer het passend is en hoe het helpt bij onderbouwde keuzes rond arbeidsgeschiktheid, preventie en duurzame inzetbaarheid.
Wat een haalbaarheidsonderzoek beoordeelt in de praktijk
Een haalbaarheidsonderzoek is een verdiepend onderzoek naar de vraag of re-integratie buiten de eigen organisatie, meestal in spoor 2, op dat moment een reële kans van slagen heeft. In de praktijk komt die vraag vaak pas op tafel nadat een arbeidsdeskundig onderzoek heeft laten zien dat terugkeer in eigen of ander passend werk binnen de organisatie beperkt of niet meer mogelijk is.
Waar de bedrijfsarts vooral kijkt naar de medische belastbaarheid en de functionele mogelijkheden, vertaalt de arbeidsdeskundige die gegevens naar werk, arbeidsmarkt en re-integratiekansen. Dat sluit aan bij de rol van de arbeidsdeskundige zoals de NVvA die beschrijft: specialist in mens, werk en inkomen. Een haalbaarheidsonderzoek brengt daarom niet alleen beperkingen in kaart, maar ook belastbaarheid, werkervaring, competenties, opleidingsniveau, motivatie, belemmerende factoren en de feitelijke afstand tot de arbeidsmarkt.
Daarmee is het onderzoek nadrukkelijk geen standaardstap die u “even” toevoegt aan het dossier. Het is bedoeld om antwoord te geven op een gerichte vraag: is een tweede spoor traject zinvol, of zijn de kansen op plaatsing op de huidige arbeidsmarkt zo beperkt dat een andere route meer voor de hand ligt? Juist die objectieve onderbouwing kan belangrijk zijn in contact met UWV, bijvoorbeeld bij een deskundigenoordeel van UWV of bij de beoordeling van het re-integratieverslag.
Wanneer zet u een haalbaarheidsonderzoek in?
Een haalbaarheidsonderzoek wordt meestal ingezet in het eerste of tweede ziektejaar, op het moment dat er serieuze twijfel ontstaat over de zin van spoor 2. Volgens de Wet verbetering poortwachter moeten werkgever en werknemer zich gedurende 104 weken inspannen voor re-integratie. Rond de eerstejaarsevaluatie, tussen week 46 en 52, moet ook worden gekeken of re-integratie bij een andere werkgever aan de orde is. De eerstejaarsevaluatie binnen de Wet verbetering poortwachter is dus een logisch scharniermoment.
In de praktijk zien we een haalbaarheidsonderzoek vooral in deze situaties:
- er zijn nauwelijks mogelijkheden meer in spoor 1;
- werkgever en werknemer twijfelen of een spoor 2-traject nog realistisch is;
- de werknemer heeft een grote afstand tot de arbeidsmarkt door beperkingen, opleidingsniveau of loopbaanverleden;
- er wordt gedacht aan een vervroegde WIA-aanvraag;
- er is behoefte aan stevige onderbouwing richting UWV;
- een casus dreigt vast te lopen door verschil van inzicht over de vervolgstap.
Daarbij is timing belangrijk. Een haalbaarheidsonderzoek mag geen reden zijn om noodzakelijke re-integratie onnodig uit te stellen. UWV kijkt immers naar de totale inspanningen van werkgever en werknemer. Bij een te late of onvoldoende inzet kan een loonsanctie na beoordeling van het re-integratieverslag volgen. Rechtspraak laat ook zien dat te laat handelen rond spoor 2 risico’s geeft voor werkgevers.
Haalbaarheidsonderzoek en de relatie met spoor 2
De vraag of een haalbaarheidsonderzoek nodig is, hangt sterk samen met de verplichtingen rond tweede spoor. Een tweede spoor traject is binnen de poortwachterverplichtingen vaak wél verplicht wanneer structurele terugkeer binnen de eigen organisatie niet haalbaar is. Het haalbaarheidsonderzoek zelf is dat niet. Het is een hulpmiddel om beter te beoordelen of spoor 2 zinvol en verdedigbaar is.
Dat onderscheid is belangrijk. Een haalbaarheidsonderzoek vervangt geen arbeidsdeskundig oordeel en heft wettelijke verplichtingen niet automatisch op. Het moet daarom altijd passen binnen het bredere dossier: medische informatie van de bedrijfsarts, de eerstejaarsevaluatie, eerder ingezette interventies en de onderbouwing waarom bepaalde keuzes wel of niet zijn gemaakt.
Voor werkgevers betekent dit dat een haalbaarheidsonderzoek vooral waarde heeft als het helpt om een goed gemotiveerde vervolgstap te bepalen. Soms bevestigt het dat een spoor 2-traject alsnog passend is en voortvarend moet worden gestart. Soms laat het zien dat de kansen op de arbeidsmarkt op korte termijn zeer gering zijn, waardoor aanvullende onderbouwing nodig is richting UWV. In zo’n situatie is het verstandig om het onderzoek te laten aansluiten op een degelijk arbeidsdeskundig spreekuur voor gerichte casusbeoordeling of een volledig arbeidsdeskundig traject.
Welke onderdelen horen bij een haalbaarheidsonderzoek?
Een zorgvuldig haalbaarheidsonderzoek bestaat uit meer dan alleen een gesprek of een globale inschatting. Doorgaans komen de volgende onderdelen terug:
Dossieranalyse binnen het haalbaarheidsonderzoek
De arbeidsdeskundige beoordeelt het verzuim- en re-integratiedossier: wat is al gedaan, welke interventies zijn ingezet, wat adviseerde de bedrijfsarts, en welke stappen zijn eerder onderbouwd? Dit is belangrijk, omdat UWV later niet alleen naar het eindresultaat kijkt, maar ook naar het proces.
Gesprekken met werknemer en werkgever
Het haalbaarheidsonderzoek vraagt bijna altijd om gesprekken met de betrokkenen. Daarin komen werkverleden, opleiding, vaardigheden, belemmeringen, verwachtingen en belastbaarheid aan bod. Voor de werknemer is dat vaak het moment waarop duidelijker wordt wat nog wél mogelijk is. Voor de werkgever maakt het zichtbaar of verdere investering in spoor 2 kansrijk is.
Arbeidsmarktoriëntatie als onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek
De arbeidsdeskundige legt de functionele mogelijkheden naast de eisen van de arbeidsmarkt. Dat is een belangrijk verschil met alleen een intern re-integratiegesprek. Het gaat om de vraag of er daadwerkelijk functies en kansen bestaan die aansluiten bij wat iemand nog kan, nu en op afzienbare termijn.
Rapportage en advies
De uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek moet helder, navolgbaar en bruikbaar zijn. Niet alleen voor werkgever en werknemer, maar ook voor casemanagers, bedrijfsartsen en eventueel UWV. Een goed rapport beschrijft de afwegingen, benoemt onzekerheden en maakt duidelijk welke vervolgstap passend is.
Wat betekent een haalbaarheidsonderzoek voor werkgevers?
Voor werkgevers biedt een haalbaarheidsonderzoek vooral houvast in complexe dossiers. Zeker nu het ziekteverzuim hoog blijft en het aantal WIA-aanvragen stijgt, neemt de druk op zorgvuldige re-integratiebesluiten toe. CBS meldde voor eind 2025 een ziekteverzuim van 5,6 procent, terwijl bredere cijfers laten zien dat de instroom in de WIA in de afgelopen jaren flink is opgelopen.
In dat speelveld helpt een haalbaarheidsonderzoek om drie vragen beter te beantwoorden:
- Is spoor 2 op dit moment kansrijk?
- Welke onderbouwing hebben wij nodig richting UWV?
- Welke vervolgstap is voor deze werknemer redelijk en proportioneel?
Voor werkgevers is vooral belangrijk dat het onderzoek niet wordt gebruikt als uitstelmechanisme. Als er al voldoende aanwijzingen zijn dat spoor 2 moet starten, dan moet u daar voortgang in houden. Een haalbaarheidsonderzoek is vooral zinvol bij echte twijfel, niet als administratieve tussenstap.
Bij complexe of langdurige dossiers kan ook een bredere blik nodig zijn, bijvoorbeeld via arbeidsdeskundige vraagstukken bij verzuim en inzetbaarheid. Daarmee voorkomt u dat het onderzoek los komt te staan van de rest van de casus.
Wat betekent een haalbaarheidsonderzoek voor werknemers?
Voor werknemers kan een haalbaarheidsonderzoek rust en duidelijkheid geven, mits het zorgvuldig wordt uitgelegd. Veel werknemers ervaren druk zodra spoor 2 in beeld komt. Het idee dat gezocht moet worden naar werk bij een andere werkgever kan onzekerheid oproepen, zeker als de belastbaarheid beperkt is of herstel grillig verloopt.
Een haalbaarheidsonderzoek kan dan helpen om verwachtingen realistischer te maken. Niet vanuit de gedachte “wat lukt niet meer”, maar juist vanuit de vraag wat binnen de actuele belastbaarheid en op de huidige arbeidsmarkt nog wél passend is. Ook kan het bijdragen aan een beter gesprek als werkgever en werknemer van mening verschillen over de re-integratie. In dat soort situaties blijft een onafhankelijk deskundigenoordeel bij verschil van inzicht over re-integratie een mogelijke vervolgstap.
Voor werknemers is verder belangrijk dat een haalbaarheidsonderzoek geen medische keuring is. De medische beoordeling ligt bij de bedrijfsarts of later bij UWV. De arbeidsdeskundige vertaalt die belastbaarheid naar werkmogelijkheden en kansen op de arbeidsmarkt.
De rol van de arbeidsdeskundige bij een haalbaarheidsonderzoek
De meerwaarde van de arbeidsdeskundige zit in de vertaling van belastbaarheid naar concrete werkrealiteit. Juist bij een haalbaarheidsonderzoek is dat belangrijk, omdat de vraag niet alleen luidt of iemand beperkingen heeft, maar ook of daar op de arbeidsmarkt nog passende mogelijkheden tegenover staan.
Dat vraagt om objectiviteit en om samenhang tussen medische informatie, werkhistorie, arbeidsmarktkennis en wet- en regelgeving. Een goede arbeidsdeskundige weegt daarbij niet alleen de formele verplichtingen mee, maar ook de praktische uitvoerbaarheid van een traject. Soms leidt dat tot de uitkomst dat spoor 2 alsnog opgestart moet worden. Soms is de conclusie dat de kans op succesvolle bemiddeling zo klein is dat aanvullende onderbouwing richting WIA of deskundigenoordeel meer voor de hand ligt.
Juist daarom is het verstandig een haalbaarheidsonderzoek niet geïsoleerd te zien, maar als onderdeel van zorgvuldig casemanagement. Hoe eerder er duidelijkheid is over belastbaarheid, werkmogelijkheden en arbeidsmarktkansen, hoe beter werkgever en werknemer hun keuzes kunnen onderbouwen.
Met een zorgvuldig ingezet haalbaarheidsonderzoek maakt u re-integratiebeslissingen die zowel recht doen aan de situatie van uw medewerker als aan de eisen van UWV. Zo voorkomt u onnodige vertraging en werkt u doelgericht aan duurzame inzetbaarheid.
Key takeaways
- Een haalbaarheidsonderzoek helpt u bepalen of spoor 2 op dat moment een reële en verdedigbare optie is binnen uw dossier.
- De arbeidsdeskundige kijkt breed: niet alleen naar medische beperkingen, maar ook naar belastbaarheid, werkervaring, motivatie en kansen op de arbeidsmarkt.
- Het onderzoek is vooral waardevol bij echte twijfel over de volgende stap, niet als standaard tussenstap die re-integratie vertraagt.
- Een heldere, goed onderbouwde rapportage geeft u meer houvast in het gesprek met werknemer, bedrijfsarts en UWV.
- Door het onderzoek goed te laten aansluiten op het totale dossier, worden vervolgstappen praktischer, beter onderbouwd en beter uitlegbaar.
- Met een doordacht haalbaarheidsonderzoek vergroot u de kans op een duurzame en passende re-integratieroute voor uw medewerker.
Door op tijd en gericht een haalbaarheidsonderzoek in te zetten, creëert u overzicht, onderbouwt u keuzes sterker en houdt u de regie op het re-integratieproces. Zo bouwen we samen aan duurzame inzetbaarheid en meer zekerheid in uw casuïstiek.