1778397828 a9290730

Alles over het tweede spoor traject: wat kun je verwachten?

Slechts 7% van de werknemers heeft bij de WIA-beoordeling een nieuwe werkgever gevonden via een tweede spoor traject. Dit cijfer toont aan hoe belangrijk het is dat een tweede spoor traject niet wordt gezien als een formaliteit aan het einde van het verzuimproces, maar als een wezenlijk onderdeel van een zorgvuldige re-integratie. Werkgevers, HR-professionals en re-integratiespecialisten moeten hier meteen op inspringen om ervoor te zorgen dat iedere werknemer weer een passend perspectief krijgt. Meer hierover is te lezen in ons artikel.

Een goed uitgevoerd arbeidsdeskundig onderzoek is vaak de sleutel tot een succesvol tweede spoor traject. Uit UWV-onderzoek blijkt dat aan bijna alle trajecten een dergelijk onderzoek voorafgaat, waarna driekwart van de trajecten binnen twee maanden start. Dit proces onderstreept het belang van een gedegen beoordeling van belastbaarheid, mogelijkheden en passend werk. Door het volgen van het juiste proces kunt u niet alleen voldoen aan de eisen van de Wet verbetering poortwachter, maar ook zorgen voor een duurzame en mensgerichte aanpak in uw organisatie.

Wanneer start een tweede spoor traject en wat is het juiste moment?

Een tweede spoor traject komt in beeld als terugkeer in de eigen functie of ander passend werk binnen de eigen organisatie niet haalbaar is. Volgens de Wet verbetering poortwachter moeten werkgever en werknemer in de eerste twee ziektejaren samen werken aan re-integratie. Eerst wordt gekeken naar terugkeer bij de eigen werkgever, eventueel in aangepast werk. Pas als dat onvoldoende is, verschuift de aandacht naar werk bij een andere werkgever.

In de praktijk is het startmoment vaak gevoelig. Rond de eerstejaarsevaluatie, meestal tussen week 46 en 52, wordt bekeken of structurele werkhervatting binnen de eigen organisatie te verwachten is. Is dat niet aannemelijk, dan moet een tweede spoor traject tijdig worden opgestart. UWV kijkt bij de poortwachterstoets niet alleen of u bent gestart, maar ook of het moment goed onderbouwd was.

De start van een tweede spoor traject betekent niet automatisch dat spoor 1 stopt. Uit UWV-onderzoek blijkt dat beide sporen regelmatig parallel lopen. In 61 van de 100 dossiers gebeurde dat ook. Dit is belangrijk, omdat herstel of passend werk binnen de eigen organisatie soms alsnog mogelijk blijkt. Het is verstandig om beide opties zorgvuldig open te houden. Voor werknemers helpt het om te weten dat een tweede spoor traject vooral de re-integratiekansen verbreedt.

Wie meer wil weten, kan kijken naar re-integratie in eerste spoor en tweede spoor.

Hoe ziet een tweede spoor traject er in de praktijk uit?

Een tweede spoor traject verloopt meestal in fasen. De opbouw verschilt per situatie.

Arbeidsdeskundig onderzoek als onderbouwing van het tweede spoor traject

Vaak gaat een arbeidsdeskundig onderzoek aan de start vooraf. Dit onderzoek brengt in kaart wat iemand nog kan doen en welke re-integratieroute het meest passend is. Bijna alle dossiers met een tweedespoortraject hadden vooraf een arbeidsdeskundig onderzoek. In driekwart van de dossiers startte het traject binnen twee maanden daarna.

Dit is belangrijk voor werkgevers, omdat een goed onderbouwd advies helpt bij keuzes over timing en zoekrichting. Voor werknemers biedt het duidelijkheid over mogelijkheden. Voor de arbeidsdeskundige vormt dit onderzoek de basis voor een realistisch zoekprofiel.

Meer hierover leest u bij wat een arbeidsdeskundige precies doet.

Zoekprofiel, begeleiding en sollicitatieactiviteiten

Na de start wordt meestal een zoekprofiel opgesteld. Hierin staat welk type werk passend is, welke belastbaarheid geldt, en welke ontwikkelstappen nodig kunnen zijn. Denk aan een aangepaste werkplek, opleiding, sollicitatiebegeleiding of tijdelijke detachering.

Daarna volgt het actieve deel van het traject. Dat kan bestaan uit:

  • arbeidsmarktoriëntatie;
  • opstellen of actualiseren van cv en motivatie;
  • training in sollicitatievaardigheden;
  • benaderen van werkgevers;
  • netwerkgesprekken;
  • proefplaatsing, werkervaringsplek of detachering;
  • scholing of omscholing als dat werk passend maakt.

UWV noemt expliciet dat scholing kan helpen om werk passend te maken. Werkgever en werknemer bespreken welke opleiding nodig is en wie de kosten draagt.

Wat kunt u verwachten van de duur en uitkomsten van een tweede spoor traject?

Een tweede spoor traject duurt vaak enkele maanden, meestal tussen 3 en 6 maanden, maar 6 tot 9 maanden of langer komt ook voor. Dit hangt samen met de belastbaarheid, arbeidsmarkt, opleidingsniveau en kansen in spoor 1.

De verwachtingen moeten realistisch zijn. Tweede spoor is belangrijk, maar niet eenvoudig. Uit UWV-dossieronderzoek blijkt dat slechts 7% van de werknemers bij de WIA-beoordeling al een nieuwe werkgever had gevonden. Tegelijk vond 26% na de loondoorbetalingsperiode alsnog passend werk bij de eigen werkgever.

Voor werkgevers betekent dit dat het een serieus traject is, waarbij kwaliteit van begeleiding en timing belangrijk zijn. Voor werknemers is het belangrijk te beseffen dat beperkte directe plaatsing niet betekent dat het traject geen zin heeft. Soms levert het beter inzicht op, versterkt het de arbeidsmarktpositie of maakt het een latere stap mogelijk.

Rechten en plichten tijdens een tweede spoor traject

Tijdens een tweede spoor traject hebben werkgever en werknemer duidelijke verantwoordelijkheden. Beide partijen zijn in de eerste twee ziektejaren verantwoordelijk voor re-integratie.

Wat betekent het tweede spoor traject voor werkgevers?

Als werkgever moet u laten zien dat u tijdig en serieus actie hebt ondernomen:

  • passende begeleiding organiseren;
  • de adviezen van bedrijfsarts en arbeidsdeskundige meewegen;
  • het traject vastleggen in het dossier;
  • voortgang evalueren;
  • inspanningen richting ander passend werk aantoonbaar maken.

Bij te weinig inspanning kan UWV een loonsanctie opleggen. De regels bij ziekte voor werkgevers en werknemers en uitleg over de Wet verbetering poortwachter tonen het belang hiervan.

Wat betekent het tweede spoor traject voor werknemers?

Van werknemers wordt een actieve houding verwacht: meewerken aan gesprekken, passend werk serieus onderzoeken en sollicitatieactiviteiten uitvoeren. Bij onenigheid kan een deskundigenoordeel van UWV helpen.

Werkt een werknemer onvoldoende mee, dan kan dat gevolgen hebben. In sommige situaties mag de werkgever het loon opschorten of inhouden. Duidelijke afspraken die aansluiten bij de medische belastbaarheid zijn daarom belangrijk.

Voor werknemers speelt ook de inkomenskant mee. Tijdens ziekte betaalt de werkgever in het eerste ziektejaar minimaal 70% van het loon met ten minste het minimumloon. In het tweede ziektejaar blijft de ondergrens 70%. Informatie over loondoorbetaling bij ziekte is hierbij relevant.

Waarom een tweede spoor traject vaak als belastend wordt ervaren

Een tweede spoor traject raakt niet alleen werk, maar ook identiteit en toekomstperspectief. Werknemers krijgen te maken met herstel en beperkingen. Werkgevers ervaren druk vanuit wetgeving, dossiervorming en het risico op een loonsanctie. NVvA en ZonMw signaleren dat tweede spoor vaak moeizaam en belastend wordt ervaren.

Zorgvuldige communicatie is daarom belangrijk. Voor werknemers helpt het om te weten waarom een tweede spoor traject start, welke ruimte er nog is binnen spoor 1 en wat er concreet van hen verwacht wordt. Werkgevers helpt het om te focussen op haalbaarheid en duurzame plaatsing.

In sommige situaties is het verstandig een [haalbaarheidsonderzoek binnen tweede spoor](https://www.peopleconcern.nl/blog/haalbaarheidsonderzoek-tweede-spoor:-zo-werkt-het-in-de-praktijk) of de afweging [of direct tweede spoor starten verstandiger is](https://www.peopleconcern.nl/blog/haalbaarheidsonderzoek-of-direct-tweede-spoor-starten:-wat-is-verstandiger) te overwegen.

De rol van de arbeidsdeskundige in een tweede spoor traject

De arbeidsdeskundige heeft vaak een verbindende rol tussen belastbaarheid, werkmogelijkheden en wettelijke kaders. Vragen ontstaan bij bijvoorbeeld terugkeer in eigen werk of ander werk binnen de organisatie. De arbeidsdeskundige helpt bij:

  • het analyseren van de mismatch tussen belastbaarheid en functie-eisen;
  • het bepalen van passend werk;
  • het adviseren over spoor 1, spoor 2 of een parallel traject;
  • het opstellen van een onderbouwd zoekprofiel;
  • het bewaken van realisme in tempo en verwachtingen;
  • het ondersteunen van een compleet re-integratiedossier.

UWV kijkt bij de beoordeling niet alleen naar het resultaat, maar vooral naar de kwaliteit van de inspanningen. Een zorgvuldig en navolgbaar dossier maakt zichtbaar waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.

Hoe vergroot u de kans op een goed tweede spoor traject?

Onderzoek toont aan dat laat starten een bekend probleem is. Slechts 16% van de tweedespoortrajecten uit het UWV-onderzoek werd in het eerste ziektejaar ingezet. Tijdig starten en parallel laten lopen met spoor 1 kan de kans op werkhervatting vergroten.

De kans op een beter verloop neemt toe als u:

  • tijdig een arbeidsdeskundig onderzoek inzet;
  • spoor 1 en spoor 2 niet onnodig tegenover elkaar zet;
  • een concreet en realistisch zoekprofiel gebruikt;
  • scholing of omscholing meeneemt als dat passend werk bereikbaar maakt;
  • regelmatig evalueert en bijstuurt;
  • werknemer actief betrekt bij keuzes en verwachtingen;
  • het dossier volledig en actueel houdt.

Een tweede spoor traject werkt het best wanneer het als een serieuze zoektocht naar duurzaam passend werk wordt gezien. Juist dan ontstaat ruimte voor maatwerk, realistische verwachtingen en beter onderbouwde keuzes.

Met een tijdig tweede spoor houden we samen zicht op passend werk en een menswaardige terugkeer.

Met tijdige keuzes, een goed onderbouwd tweede spoor traject en duidelijke afspraken over rollen en verwachtingen, vergroot u de kans op passende werkhervatting én een zorgvuldig re-integratieproces voor alle betrokkenen.

Key takeaways

  • Start een tweede spoor traject zodra duidelijk wordt dat terugkeer in de eigen of aangepaste functie weinig perspectief biedt en leg dit moment goed vast richting UWV.
  • Laat spoor 1 en spoor 2 bij voorkeur parallel lopen, zodat u kansen binnen én buiten de organisatie openhoudt voor werknemer en werkgever.
  • Zet een arbeidsdeskundig onderzoek in als objectieve basis voor belastbaarheid, zoekprofiel en de inrichting van passende, realistische vervolgstappen.
  • Stuur niet alleen op naleving van regels, maar ook op haalbaarheid, tijdige communicatie en concrete ondersteuning richting werknemer en leidinggevenden.
  • Houd het dossier actueel met duidelijke rapportages en regelmatige evaluatiemomenten, zodat u snel kunt bijsturen als belastbaarheid of perspectief verandert.
  • Werk vanuit het gezamenlijke doel: duurzame inzetbaarheid, passende re-integratie en een goed onderbouwd oordeel over arbeidsgeschiktheid.

Door hier tijdig en zorgvuldig op te sturen, voorkomt u onnodige vertraging, discussie met UWV en teleurstelling bij de werknemer, en bouwt u samen met People Concern aan een helder, zorgvuldig en toekomstbestendig re-integratieproces.