1776230091 6bb21410

Haalbaarheidsonderzoek tweede spoor: zo werkt het in de praktijk

In 2024 legde het UWV maar liefst 4.000 loonsancties op, waarvan 45% administratief van aard was. Dit benadrukt het belang van goed onderbouwd handelen bij langdurig verzuim. Wanneer arbeidsdeskundig onderzoek aangeeft dat terugkeer in het eerste spoor niet haalbaar is, ontstaat de vraag of een tweede spoortraject wel kansrijk is. Een gedegen haalbaarheidsonderzoek kan hierbij van grote waarde zijn.

Het haalbaarheidsonderzoek tweede spoor brengt de mogelijkheden, beperkingen, wensen en afstand tot de arbeidsmarkt van een werknemer in kaart. Dit biedt werkgevers en HR-managers een duidelijk handvat voor vervolgstappen. Desondanks is het belangrijk om deze tool met nuance te gebruiken; de totale re-integratie-inspanningen binnen de Wet verbetering poortwachter worden door het UWV beoordeeld. Lees meer over de praktijk van het haalbaarheidsonderzoek in ons artikel, waarin we de kansen en afwegingen bespreken. Ga naar ons volledige artikel voor verdere inzichten.

Wanneer een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor in beeld komt

Een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor komt meestal pas in beeld nadat uit een arbeidsdeskundig onderzoek blijkt dat terugkeer in eigen werk of passend werk binnen de eigen organisatie beperkt of niet mogelijk lijkt. Volgens het Arboportaal over het re-integratietraject zijn werkgever en werknemer samen verantwoordelijk voor re-integratie, eerst in spoor 1 en, als dat niet lukt, ook richting passend werk bij een andere werkgever.

In de praktijk zien we dat een haalbaarheidsonderzoek vooral wordt overwogen bij werknemers met een lage of marginale belastbaarheid. Er is dan twijfel of een volledig tweede spoortraject op dat moment passend en uitvoerbaar is. Het onderzoek richt zich niet alleen op de vraag óf er mogelijkheden zijn, maar ook op de vraag in hoeverre die mogelijkheden in de komende periode reëel benut kunnen worden.

Voor werkgevers is dat belangrijk, omdat een tweede spoortraject tijd, begeleiding en dossieropbouw vraagt. Voor werknemers is het belangrijk omdat onnodige belasting zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Voor de arbeidsdeskundige is het belangrijk om te onderbouwen welke route op dat moment het meest passend is, op basis van belastbaarheid, prognose en arbeidsmarktperspectief.

Daarbij blijft het uitgangspunt van de Wet verbetering poortwachter overeind: als passend werk binnen de eigen organisatie niet haalbaar is, moet ander werk worden onderzocht. Een haalbaarheidsonderzoek verandert die verantwoordelijkheid niet automatisch, maar helpt wel om de situatie scherper te duiden. In dat opzicht sluit het goed aan op de rol van een arbeidsdeskundig onderzoek bij re-integratievraagstukken.

Hoe een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor in de praktijk wordt uitgevoerd

Een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor is in de praktijk een zorgvuldig samengesteld onderzoek, waarin meerdere informatiebronnen samenkomen. Meestal bestaat het uit dossieranalyse, gesprekken met betrokkenen, een beoordeling van belastbaarheid en een verkenning van kansen op de arbeidsmarkt.

Dossieranalyse en belastbaarheid als vertrekpunt

De basis ligt vrijwel altijd in het bestaande verzuim- en re-integratiedossier. Denk aan de probleemanalyse, evaluaties, eventuele Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), medische terugkoppeling van de bedrijfsarts en het eerdere arbeidsdeskundige advies. Zonder deze onderbouwing is het lastig om de haalbaarheid van spoor 2 goed te beoordelen.

Voor de arbeidsdeskundige betekent dit dat niet alleen de beperkingen tellen, maar ook de benutbare mogelijkheden. Zelfs als die beperkt zijn, moet helder worden beschreven wat iemand nog wél kan, onder welke voorwaarden en met welke belastende factoren rekening moet worden gehouden.

Gesprekken met werkgever, werknemer en bedrijfsarts

Daarnaast vinden meestal gesprekken plaats met de werknemer, de werkgever en waar nodig afstemming met de bedrijfsarts of arbodienst. In deze fase worden belastbaarheid, belemmeringen, werkervaring, opleiding, motivatie en verwachtingen besproken. Ook de vraag of er nog ontwikkelmogelijkheden zijn, speelt mee.

Voor werknemers is dit vaak een gevoelig moment. Het gesprek gaat niet alleen over beperkingen, maar ook over toekomstperspectief. Een zorgvuldige aanpak is daarom belangrijk. Voor werkgevers geldt dat zij open moeten zijn over wat binnen de eigen organisatie al is geprobeerd en waarom verdere re-integratie in spoor 1 niet haalbaar is gebleken.

Arbeidsmarktoriëntatie en bemiddelbaarheid

Een haalbaarheidsonderzoek kijkt vervolgens naar de afstand tot de arbeidsmarkt. Dat gaat verder dan alleen vacatures zoeken. Er wordt beoordeeld of iemand, gezien opleiding, ervaring, belastbaarheid en herstelverwachting, op afzienbare termijn bemiddelbaar is naar ander werk.

Juist hier zit in de praktijk vaak de nuance. Een werknemer kan theoretisch nog enige mogelijkheden hebben, maar in de actuele situatie nauwelijks bemiddelbaar zijn. Dat vraagt om een goed onderbouwd advies, niet om aannames. Een arbeidsdeskundige weegt daarom zowel de actuele belastbaarheid als de prognose mee.

Wat zegt wet- en regelgeving over haalbaarheidsonderzoek tweede spoor?

De wet noemt het haalbaarheidsonderzoek tweede spoor niet als verplichte stap. De verplichtingen gaan over voldoende re-integratie-inspanningen. Volgens het Arboportaal over verantwoordelijkheden van werkgever en werknemer moet de werkgever passend werk onderzoeken en aanbieden, en moet de werknemer daaraan meewerken.

Dat betekent praktisch gezien het volgende:

  • spoor 1 moet aantoonbaar onderzocht zijn;
  • als terugkeer binnen de eigen organisatie niet lukt, moet spoor 2 tijdig worden overwogen;
  • het dossier moet laten zien welke afwegingen zijn gemaakt;
  • medische onderbouwing en arbeidsdeskundige motivering moeten op elkaar aansluiten.

De timing is hierbij belangrijk. In de praktijk wordt vaak aangehouden dat tweede spoor uiterlijk in de eerste weken na de eerstejaarsevaluatie moet starten als duidelijk is dat spoor 1 onvoldoende perspectief biedt. Een haalbaarheidsonderzoek mag dus geen vertraging veroorzaken zonder goede reden en onderbouwing.

Voor werkgevers is dat een aandachtspunt. Een onderzoek kan helpen om de juiste keuze te maken, maar mag niet uitmonden in afwachten. Voor werknemers is van belang dat duidelijk blijft welke stappen verwacht worden. Voor de arbeidsdeskundige betekent dit dat het advies niet alleen inhoudelijk juist moet zijn, maar ook passend binnen de wettelijke tijdslijnen.

Haalbaarheidsonderzoek tweede spoor en het risico op een loonsanctie

Bij een WIA-aanvraag beoordeelt UWV of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan aan re-integratie. Volgens het Arboportaal over het re-integratietraject kan onvoldoende inspanning leiden tot een loonsanctie, waarbij de werkgever maximaal een jaar langer loon moet doorbetalen.

Daarom is een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor niet zonder risico als het wordt gebruikt als reden om niets te doen. In de praktijk kijkt UWV naar het totaalbeeld: wat was de belastbaarheid, welke acties zijn ondernomen, was de onderbouwing logisch en zijn er geen re-integratiekansen gemist?

Wanneer een haalbaarheidsonderzoek helpt

Een goed uitgevoerd haalbaarheidsonderzoek kan helpen als onderdeel van een zorgvuldig dossier. Bijvoorbeeld wanneer:

  • sprake is van zeer beperkte benutbare mogelijkheden;
  • de prognose ongunstig is;
  • de arbeidsdeskundige overtuigend motiveert waarom directe inzet van een volledig spoor 2-traject weinig perspectief biedt;
  • parallel wel andere passende stappen zijn gezet, zoals monitoring, herbeoordeling of voorbereiding op een vervolgbesluit.

Wanneer een haalbaarheidsonderzoek juist kwetsbaar maakt

Een dossier wordt kwetsbaar als een haalbaarheidsonderzoek wordt gezien als vervanging van re-integratie-inspanningen. Zeker wanneer er nog benutbare mogelijkheden zijn, zal UWV kritisch kijken of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan om die te benutten. Ook recente ontwikkelingen vanuit de Rijksoverheid over sneller duidelijkheid bij re-integratie van zieke werknemers laten zien dat er veel aandacht is voor uitvoerbaarheid én duidelijkheid, maar dat de verantwoordelijkheid voor re-integratie overeind blijft.

Voor werkgevers betekent dit: gebruik een haalbaarheidsonderzoek als onderbouwingsinstrument, niet als automatische vrijstelling. Voor werknemers betekent het: ook bij beperkte belastbaarheid kan actieve medewerking aan passend onderzoek of begeleiding nodig blijven. Voor ons als arbeidsdeskundigen betekent het dat we helder moeten maken wat wel, nog niet of niet meer haalbaar is.

Wat het haalbaarheidsonderzoek tweede spoor betekent voor werkgever en werknemer

Voor de werkgever geeft een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor vooral richting. U krijgt beter zicht op de vraag of een regulier tweede spoortraject op dit moment zinvol is, of dat eerst een andere route meer passend is. Dat kan bijvoorbeeld gaan om verdere medische stabilisatie, een hernieuwde arbeidsdeskundige beoordeling of voorbereiding op een WIA-traject.

Voor de werknemer kan het onderzoek rust en duidelijkheid geven, mits goed uitgelegd. Het voorkomt dat een traject wordt gestart dat op voorhand te zwaar of weinig kansrijk is. Tegelijk blijft het belangrijk dat de werknemer begrijpt dat een haalbaarheidsonderzoek geen pauzeknop is voor alle verplichtingen. De wederzijdse inspanningsverplichting blijft bestaan.

In de dagelijkse praktijk helpt het wanneer verwachtingen expliciet worden besproken:

  • wat is het doel van het onderzoek;
  • welke informatie wordt meegenomen;
  • welke vervolgstappen zijn mogelijk;
  • wanneer wordt opnieuw beoordeeld.

Juist die duidelijkheid voorkomt misverstanden en versterkt de samenwerking. Dat sluit aan bij de manier waarop wij ook kijken naar arbeidsdeskundige vraagstukken binnen verzuim en inzetbaarheid.

De rol van de arbeidsdeskundige bij haalbaarheidsonderzoek tweede spoor

De arbeidsdeskundige vervult bij een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor een verbindende rol tussen medische belastbaarheid, werkmogelijkheden en wettelijke kaders. Dat vraagt om meer dan alleen een oordeel over vacatures of functiemogelijkheden. Het gaat om een navolgbare onderbouwing.

Vertalen van belastbaarheid naar re-integratiekansen

De bedrijfsarts beschrijft de medische beperkingen en mogelijkheden. De arbeidsdeskundige vertaalt die vervolgens naar de praktijk van werk: welk type werkzaamheden zijn nog denkbaar, onder welke voorwaarden, in welke opbouw en met welk arbeidsmarktperspectief?

Dat vraagt om zorgvuldigheid, zeker wanneer de belastbaarheid beperkt en veranderlijk is. Een goed rapport benoemt daarom niet alleen beperkingen, maar ook randvoorwaarden, onzekerheden en mogelijke ontwikkelrichtingen.

Onderbouwen van keuzes richting UWV

Daarnaast is de rapportage belangrijk voor de latere toetsing door UWV. Een onderbouwd advies laat zien waarom bepaalde stappen wel of niet zijn gezet en op basis van welke informatie dat is besloten. Dat maakt het verschil tussen een dossier dat uitlegbaar is en een dossier dat vragen oproept.

Adviseren over het vervolg

Het vervolgadvies kan uiteenlopen. Soms is de uitkomst dat tweede spoor alsnog passend is, eventueel in aangepaste vorm. Soms is het advies om tijdelijk nog geen volledig traject in te zetten, maar wel periodiek te herbeoordelen. En soms ligt de nadruk op een andere route, bijvoorbeeld richting een vervroegde WIA-aanvraag of verdere medische en arbeidsdeskundige monitoring. In die afweging kan ook een apart haalbaarheidsonderzoek naar belastbaarheid en perspectief van waarde zijn.

Waarom dit onderwerp maatschappelijk steeds relevanter wordt

De context waarin een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor wordt ingezet, verandert. Volgens het CBS lag het ziekteverzuim in 2024 op 5,2 procent, duidelijk hoger dan tien jaar eerder. Dat betekent dat meer werkgevers en werknemers te maken krijgen met langdurig verzuim, complexe re-integratievragen en druk op tijdige dossieropbouw.

Vooral bij langer durende uitval is de praktijk zelden zwart-wit. Er zijn medische onzekerheden, beperkte belastbaarheid, wisselende prognoses en spanning tussen tempo en belastbaarheid. Juist daarom is een haalbaarheidsonderzoek in sommige dossiers waardevol: niet om regels te omzeilen, maar om beter onderbouwde keuzes te maken.

Voor werkgevers helpt het om kosten, inspanning en juridische risico’s beter af te wegen. Voor werknemers helpt het om passende stappen te kiezen zonder overbelasting. Voor arbeidsdeskundigen helpt het om de vertaalslag te maken van belastbaarheid naar realistische re-integratiekansen, binnen de kaders van de Wet verbetering poortwachter.

Goed onderbouwde keuzes bij verzuim geven rust, richting en een re-integratieproces dat echt verder helpt.

Met een goed doordacht haalbaarheidsonderzoek tweede spoor legt u een stevige basis voor verantwoorde keuzes in het re-integratiedossier, binnen de mogelijkheden van de medewerker én de wettelijke kaders.

Key takeaways

  • Zet een haalbaarheidsonderzoek tweede spoor in wanneer de kansen in spoor 1 beperkt zijn en de belastbaarheid onzeker of wisselend is.
  • Gebruik het onderzoek om keuzes in het dossier helder te onderbouwen, maar blijf als werkgever en werknemer actief invulling geven aan alle re-integratieverplichtingen.
  • Let bij de interpretatie van het advies op de samenhang tussen dossierinformatie, actuele belastbaarheid, arbeidsmarktperspectief en het moment in het Poortwachtertraject.
  • Spreek verwachtingen, vervolgstappen en momenten van herbeoordeling expliciet met elkaar af om vertraging en misverstanden te voorkomen.
  • Zet de arbeidsdeskundige in om medische mogelijkheden te vertalen naar haalbare werkopties en een navolgbare onderbouwing richting UWV.
  • Gebruik de uitkomsten van het onderzoek om te sturen op duurzame inzetbaarheid in plaats van alleen een formele dossiervraag te beantwoorden.

Door haalbaarheidsonderzoek tweede spoor bewust en tijdig in te zetten, werkt u niet alleen aan een sterk UWV-dossier, maar vooral aan passende re-integratie waarin de medewerker perspectief ervaart en u als werkgever gericht kunt sturen op duurzame inzetbaarheid.