Wat staat er in een haalbaarheidsrapport? Een overzicht
In 2024 waren er in Nederland meer dan 4,2 miljoen zieke werknemers, wat leidde tot meer dan 28,5 miljard euro aan verzuimkosten. Achter deze cijfers schuilen individuele situaties, dossiers en lastige keuzes die vaak gemaakt moeten worden. Een haalbaarheidsrapport speelt hierbij een belangrijke rol, omdat het helpt om onderbouwd te beoordelen of re-integratie buiten de eigen organisatie reëel en proportioneel is.
Dit is niet alleen belangrijk voor werkgevers en HR, maar ook voor arbeidsdeskundigen en andere professionals die zorgvuldig willen handelen binnen de Wet verbetering poortwachter. Zeker nu psychische klachten steeds vaker leiden tot langdurig verzuim: een op de vijf werknemers ervaart burn-outgerelateerde klachten, en het gemiddelde verzuim bij burn-out kan oplopen tot 330 dagen. Een goed opgesteld haalbaarheidsrapport kan richting geven aan vervolgacties, zoals het starten met spoor 2, het aanvragen van een deskundigenoordeel, of het onderbouwen waarom een traject niet passend is.
In ons nieuwste blog laten wij zien wat er precies in een haalbaarheidsrapport staat en hoe het zich verhoudt tot arbeidsdeskundig onderzoek. Een goede onderbouwing kan veel betekenen voor re-integratie, preventie en duurzame inzetbaarheid. Voor meer informatie kunt u terecht op onze website.
Welke onderdelen horen bij de haalbaarheidsrapport inhoud?
De haalbaarheidsrapport inhoud draait om één hoofdvraag: is re-integratie naar ander werk buiten de eigen organisatie nog realistisch, proportioneel en onderbouwd? In de praktijk komt zo’n rapport meestal in beeld nadat een arbeidsdeskundig onderzoek heeft laten zien dat de mogelijkheden in spoor 1 beperkt zijn. Een haalbaarheidsrapport is dan geen algemeen verslag, maar een gerichte onderbouwing voor een vervolgstap in het re-integratieproces.
Volgens informatie over de Wet verbetering poortwachter moeten werkgever en werknemer zich samen inspannen voor passende werkhervatting. Tegelijk moet die inzet ook logisch, uitlegbaar en passend zijn bij de belastbaarheid van de werknemer. Juist daar helpt een haalbaarheidsrapport bij.
Inhoudelijk bevat het rapport meestal de volgende bouwstenen:
- aanleiding en onderzoeksvraag
- dossieranalyse
- beschrijving van belastbaarheid en beperkingen
- inventarisatie van wensen, competenties en werkervaring
- arbeidsmarktoriëntatie
- beoordeling van bemiddelbaarheid en afstand tot de arbeidsmarkt
- eventuele praktijktoetsing
- eindconclusie en advies voor vervolg
Dat sluit aan bij hoe een haalbaarheidsonderzoek in de praktijk wordt beschreven: als een onderzoek naar de vraag of een tweede spoortraject zinvol is, of dat een andere route beter past, zoals een deskundigenoordeel of een vervroegde WIA-aanvraag.
Aanleiding en vraagstelling binnen haalbaarheidsrapport inhoud
Een goed rapport begint met een duidelijke aanleiding. Daarbij wordt vastgelegd waarom het onderzoek wordt aangevraagd en welke vraag beantwoord moet worden. Denk aan situaties waarin uit een arbeidsdeskundig onderzoek blijkt dat terugkeer in eigen of aangepast werk nauwelijks nog mogelijk is. Dan is de vervolgvraag niet alleen óf spoor 2 moet starten, maar ook of dat traject op dit moment haalbaar is.
De vraagstelling kan bijvoorbeeld zijn:
- is de werknemer op dit moment bemiddelbaar naar ander werk?
- zijn er nog reële kansen op structurele werkhervatting in spoor 1?
- is starten met spoor 2 passend gezien belastbaarheid, herstelbeeld en arbeidsmarktpositie?
- kan onderbouwd worden dat een tweede spoortraject weinig toegevoegde waarde heeft?
Voor werkgevers is dit belangrijk omdat UWV later toetst of de re-integratie-inspanningen voldoende waren. De Werkwijzer Poortwachter maakt duidelijk dat een tweede spoortraject in beginsel tijdig moet worden gestart, tenzij er nog concreet perspectief is op structurele werkhervatting in spoor 1. Een haalbaarheidsrapport helpt om die afweging goed vast te leggen.
Dossieranalyse als vaste basis van haalbaarheidsrapport inhoud
Een tweede vast onderdeel van de haalbaarheidsrapport inhoud is de dossieranalyse. Daarbij beoordeelt de arbeidsdeskundige of het re-integratiedossier compleet, logisch en voldoende onderbouwd is. Dat is meer dan een administratieve controle. Het gaat ook om de samenhang tussen medische informatie, werkgeschiedenis, eerdere interventies en al genomen stappen.
In de dossieranalyse komen vaak terug:
- probleemanalyse en terugkoppelingen van de bedrijfsarts
- plan van aanpak en evaluaties
- eerstejaarsevaluatie
- arbeidsdeskundig rapport
- actueel oordeel over belastbaarheid
- informatie over inzet van interventies, behandelingen of werkhervatting
- eventuele eerdere spoor 2-overwegingen
Dit onderdeel is relevant voor het latere re-integratieverslag, omdat UWV beoordeelt of alle betrokkenen voldoende en tijdig hebben gehandeld. Een haalbaarheidsrapport kan daarin een belangrijke schakel zijn, juist wanneer u moet uitleggen waarom een bepaald traject wel of niet is ingezet.
Belastbaarheid, beperkingen en de vertaling naar werk
Binnen de haalbaarheidsrapport inhoud is de vertaling van medische beperkingen naar werkmogelijkheden een belangrijk onderdeel. De arbeidsdeskundige beoordeelt geen diagnose, maar vertaalt informatie van de bedrijfsarts naar belastbaarheid in werktermen. Daarbij spelen begrippen als belasting en belastbaarheid een centrale rol.
Vaak vormt de Functionele Mogelijkheden Lijst daarbij de basis. De Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) beschrijft wat iemand nog kan op gebieden als persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, fysieke belasting, statische houdingen en werktijden. Ook het BAR-instrument ondersteunt een gezamenlijke taal tussen bedrijfsarts, verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
In het rapport wordt deze informatie vertaald naar vragen als:
- kan iemand omgaan met werkdruk, deadlines of veel prikkels?
- zijn er fysieke grenzen aan tillen, lopen, staan of repeterende handelingen?
- is opbouw in uren mogelijk of juist nog niet?
- welke werkomstandigheden zijn passend of juist onwenselijk?
Voor werknemers is dit belangrijk omdat het rapport daarmee niet uitgaat van wat niet meer lukt, maar van wat nog wel mogelijk is. Voor werkgevers helpt dit om realistische verwachtingen te houden. En voor ons als arbeidsdeskundigen is het de basis om te bepalen of bemiddeling naar ander werk echt kansrijk is.
Wensen, competenties en arbeidsverleden in haalbaarheidsrapport inhoud
Een haalbaarheidsrapport kijkt niet alleen naar beperkingen. Ook opleiding, ervaring, vaardigheden, motivatie en werkvoorkeuren horen bij de haalbaarheidsrapport inhoud. Dat is belangrijk, omdat duurzame plaatsing op de arbeidsmarkt niet alleen afhangt van belastbaarheid, maar ook van inzetbaarheid.
Daarom wordt meestal in een intakegesprek onderzocht:
- welk werk iemand eerder heeft gedaan
- welke taken goed passen
- welke competenties overdraagbaar zijn
- hoe iemand zelf aankijkt tegen terugkeer naar werk
- of scholing of bijstelling van het zoekprofiel nodig is
Deze inventarisatie voorkomt dat een spoor 2-traject te theoretisch wordt ingestoken. Een werknemer kan op papier belastbaar zijn voor licht administratief werk, maar zonder digitale vaardigheden of passende ervaring kan de afstand tot de arbeidsmarkt toch groot zijn. Andersom kan juist blijken dat iemand meer mogelijkheden heeft dan vooraf gedacht.
Dat sluit aan bij de praktijk van haalbaarheidsonderzoek in tweede spoor, waarin niet alleen naar beperkingen wordt gekeken, maar ook naar bemiddelbaarheid en ontwikkelpotentieel.
Arbeidsmarktoriëntatie: van profiel naar reële kansen
Een onderscheidend onderdeel van de haalbaarheidsrapport inhoud is de arbeidsmarktoriëntatie. Hier wordt niet alleen gekeken welke functies theoretisch passend zijn, maar ook of die functies daadwerkelijk voorkomen op de regionale arbeidsmarkt en bereikbaar zijn voor deze werknemer.
Dat onderdeel bevat vaak:
- passende functierichtingen
- regionale arbeidsmarktkansen
- opleidings- of scholingsvereisten
- reistijd en praktische randvoorwaarden
- de vraag of plaatsing op korte termijn realistisch is
Die stap is belangrijk, omdat haalbaarheid niet hetzelfde is als geschiktheid. Iemand kan op basis van belastbaarheid geschikt lijken voor bepaald werk, maar als vacatures schaars zijn, extra scholing nodig is of de opbouw te broos is, dan kan de kans op duurzame plaatsing alsnog klein zijn.
Juist in een tijd waarin langdurig verzuim toeneemt, onder meer door psychische klachten, is een realistische arbeidsmarkttoets belangrijk. TNO- en CBS-cijfers waarnaar onder meer AWVN verwijst, laten zien dat burn-outklachten en langdurig psychisch verzuim fors zijn toegenomen. Dat maakt zorgvuldige beoordeling belangrijker: niet alleen snel handelen, maar ook passend handelen.
Beoordeling van bemiddelbaarheid en afstand tot de arbeidsmarkt
Na de inventarisatie volgt de kern van het rapport: de beoordeling van bemiddelbaarheid. Hier komt alles samen. De arbeidsdeskundige weegt belastbaarheid, vaardigheden, herstelverloop en arbeidsmarktkansen om te bepalen of een tweede spoortraject op dit moment een redelijke kans van slagen heeft.
In deze afweging spelen onder meer mee:
- de stabiliteit van de belastbaarheid
- de mogelijkheid om structureel arbeid te verrichten
- de mate waarin beperkingen duurzaam doorwerken
- de aanwezigheid van passende functies
- het tempo waarin opbouw mogelijk is
- de proportionaliteit van inzet van spoor 2
Dat is ook het punt waarop het verschil zichtbaar wordt tussen een algemeen re-integratieadvies en een gericht haalbaarheidsoordeel. Wie zich verdiept in het verschil tussen haalbaarheidsonderzoek of direct tweede spoor starten, ziet dat die afweging veel invloed heeft op de vervolgstappen én op de onderbouwing richting UWV.
Advies en vervolgacties in de haalbaarheidsrapport inhoud
Het rapport sluit af met een duidelijke conclusie en een praktisch advies. Dat advies moet niet vaag zijn, maar antwoord geven op de oorspronkelijke vraag. De haalbaarheidsrapport inhoud is pas bruikbaar als voor alle betrokkenen helder is wat de volgende stap wordt.
Mogelijke uitkomsten zijn:
- spoor 2 starten, omdat bemiddeling naar ander werk haalbaar lijkt
- spoor 2 nog uitstellen, omdat er op korte termijn concreet perspectief is in spoor 1
- spoor 2 niet opstarten of staken, omdat de kans op duurzame plaatsing op dit moment te gering is
- aanvullend onderzoek of praktijktoetsing uitvoeren
- onderbouwing gebruiken voor deskundigenoordeel of WIA-route
Voor werkgevers is dit belangrijk om keuzes te kunnen verantwoorden en risico’s richting UWV te beperken, bijvoorbeeld bij het voorkomen van een loonsanctie van UWV. Voor werknemers geeft het duidelijkheid over verwachtingen en vervolgstappen. Voor de arbeidsdeskundige vraagt dit om onafhankelijkheid, navolgbare argumentatie en een advies dat zowel menselijk als professioneel standhoudt.
Met een goed onderbouwd haalbaarheidsrapport creëert u duidelijkheid in een vaak complexe re-integratiefase. Het geeft u een onderbouwing waarmee u richting werknemer, UWV en interne stakeholders zorgvuldig én navolgbaar kunt uitleggen welke vervolgstap in spoor 2 op dit moment het meest passend is.
Key takeaways
- Een haalbaarheidsrapport helpt u beoordelen of spoor 2 voor deze werknemer nu realistisch, proportioneel en uitlegbaar is.
- Door dossieranalyse te combineren met belastbaarheid en arbeidsmarktoriëntatie ontstaat een stevig onderbouwde afweging richting UWV.
- Het meenemen van wensen, competenties en arbeidsverleden zorgt voor een realistischer beeld van de daadwerkelijke bemiddelbaarheid.
- Een helder advies voorkomt dat u inzet op trajecten met weinig perspectief of juist te laat doorpakt naar een andere route.
- Voor werkgevers, HR en re-integratiespecialisten biedt het rapport een waardevol stuurinstrument om zorgvuldig én proactief te handelen.
- Een goed opgesteld haalbaarheidsrapport draagt bij aan duurzame inzetbaarheid en een re-integratie die past bij de mogelijkheden van de werknemer.
Door tijdig stil te staan bij haalbaarheid, voorkomt u onnodige vertraging en teleurstelling in het re-integratieproces. We denken graag met u mee over hoe een haalbaarheidsrapport in uw situatie kan helpen om met vertrouwen en onderbouwing de juiste vervolgstap te zetten richting passende werkhervatting.